maandag, wasdag


God, hoe lang is het geleden. Meer dan veertig jaar waarschijnlijk. Ik was het eigenlijk al vergeten. Maar van de week rook ik een bepaalde geur en ineens was ik weer bij die wasmand in mijn ouderlijk huis. Ik was alleen thuis. Natuurlijk, die dingen deed ik alleen in het uiterste geniep, stel je voor.

 

Foto:

Een corselet zoals vrouwen die in de jaren zestig droegen. Plaatjes daarvan in Wehkamp catalogi waren lang het pikantste dat ik onder ogen kreeg. 


Ik was 12 of 13 en van seks en travestie wist ik nog helemaal niks. Wat ik deed gebeurde intuïtief. De drang was oneindig veel sterker dan ik. Me daar tegen verzetten was net zo kansrijk als proberen te stoppen met ademen. En het ritueel was altijd hetzelfde. Zodra de voordeur dichtsloeg achter de laatste die het huis verliet, sloop ik op mijn tenen naar die verlokkende wasmand. Létterlijk op mijn tenen. Want hoewel ik alleen was en door niemand gehoord kon worden, was ik als de dood om lawaai te maken. Ik zocht in de wasmand en vond meestal snel wat ik wilde hebben, móest hebben: de bh van mijn moeder. Die trok ik aan en vulde de cups met mijn sokken. Waarom ik dat deed, wist ik niet.

 

Het gevoel dat ik er door kreeg was fijn, maar overweldigend. Dat ik iets slechts en zondigs deed hoefde mij echt niet uitgelegd te worden. En het gekke was: het ís me ook nooit uitgelegd. Ik wist gewoon dat ik ziek was, niet normaal, dat andere jongens dat echt niet zouden doen.

 

Ik herinner me de geur van die bh nog heel erg goed. Niet vies, geen zweetlucht bijvoorbeeld, hooguit een beetje muf, maar niet onprettig muf. Ik zal ongetwijfeld een steigerende erectie hebben gehad, maar ik was nog zo bleu: ik had geen benul wat ik daarmee zou kunnen. Maar die drang om me te verkleden was er altijd.

 

Tot op de dag van vandaag. En nooit eens een nette rok of een degelijke blouse. Altijd zal en moet het ondergoed zijn of kousen. Niet witte lingerie natuurlijk, en ook geen vleeskleurige panty (het woord alleen al: vleeskleurig...), maar zo ordinair en liefst zo hoerig mogelijk.

 

In zo'n beetje dezelfde tijd was ik eens op bezoek bij een schoolvriendje. Die had een stuk of wat zussen - bloedmooie Surinaamse meisjes. Bij hem in huis slingerden op de trap een paar nylons rond. Een van de dames had blijkbaar geen zin gehad om haar kleren op te ruimen.

 

Vriendje S. zág het niet eens, terwijl een steek in mijn hart voelde. Zulke prachtige kousen, zomaar onder handbereik. Wat was ik jaloers! Ik was nog erg jong en had nog geen idee naar welke schimmige paden mijn hang naar travestie mij zou voeren.